Ondervloeren

Welke ondervloer is de juiste? Onder iedere zwevend te leggen harde vloerbedekking, zoals een laminaatvloer, een lamelvloer (samengesteld/meerlaags)- of een massieve parketvloer, wordt een ondervloer gelegd. Enkele belangrijke aandachtspunten zijn hieronder toegelicht.

Egaliserend vermogen

Dit is te bereiken door een ondervloer te kiezen van zacht materiaal met een minimale dikte van 2,5 mm en een minimale densiteit van 20 kg/m³.

Vochtwerend vermogen

Om vochtindringing van onderaf te voorkomen is een goede vochtwerende folie nodig. Dit is zeker noodzakelijk in een nieuwbouwwoning en op de begane grond. De folie dient van voldoende dikte te zijn; bij LDPE folie minimaal 150 micron (0,15 mm) en bij PP/PET folie minimaal 15 micron (0,015mm). De folie wordt óf overlappend gelegd óf de naden worden dichtgeplakt.

Contactgeluid

In Nederland geldt een speciale norm voor contactgeluidisolatie, die opgesteld is door de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG). In appartementen en bovenwoningen is een contactgeluidverbetering van 10 dB verplicht.

Loopgeluid of reflectiegeluid

Het geluid in een ruimte, waarin een zwevende, harde vloerbedekking geplaatst wordt, kan het beste gedempt worden door óf een zware ondervloer óf een zelfklevende ondervloer. De massa van de ondervloer en/of het wegnemen van de luchtlaag heeft een dempende uitwerking.

Ondervloeren bij vloerverwarming

Indien laminaat of parket zwevend wordt gelegd, moet de ondervloer vloerverwarminggeschikt zijn. Hiervoor moet de warmtegeleiding en de smelttemperatuur zo hoog mogelijk zijn. Het beste is in dit geval een opencellige en/of geperforeerde ondervloer, die zo dun mogelijk is.